Loading...
 

Marcus 9, 41-50

Marcus 9, 41-50: Hoe het Rijk van God realiseren? 

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1596-1597)

Luister goed naar mijn woorden: Iemand die een beker water aan je geeft omdat je bij mij hoort, krijgt zeker een beloning van God.’
Jezus zei: ‘Iemand die een gelovige weghaalt bij God, krijgt een zware straf. Het zou beter voor hem zijn als hij met een zware steen om zijn nek in zee gegooid was.
Stel dat je hand iets slechts doet, iets dat jou weghaalt bij God. Hak je hand dan af. Beter met één hand naar het eeuwige leven, dan met twee handen naar de hel, waar het vuur nooit uitgaat.
Stel dat je voet iets slechts doet, iets dat jou weghaalt bij God. Hak je voet dan af. Beter met één voet naar het eeuwige leven, dan met twee voeten naar de hel.
Stel dat je oog iets slechts ziet, iets dat jou weghaalt bij God. Ruk je oog dan uit. Beter met één oog naar Gods nieuwe wereld, dan met twee ogen naar de hel. Want daar brandt een vuur dat nooit uitgaat, en daar blijven de wormen maar aan je vreten.’
Jezus zei verder: ‘Iedereen wordt getest om te zien of zijn geloof zuiver is. Het moet zo zuiver zijn als zout. Zout is iets goeds. Maar als het zijn zoute smaak verliest, is het waardeloos. Je kunt het niet opnieuw zout maken. Zorg daarom dat je het zout in jezelf niet verliest. Dat betekent: leef in vrede met elkaar.’



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Als iemand je een beker water te drinken geeft
omdat je van Christus bent,
echt waar Ik zeg je: zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.
Maar als iemand een van deze kleinen die geloven, aanstoot geeft,
het zou beter voor hem zijn
als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp.
Dreigt je hand je aanstoot te geven, hak ze af.
Het is beter voor jou om verminkt het leven binnen te gaan
dan in het bezit van twee handen in de hel te komen,
in het onblusbaar vuur.
Geeft je voet je aanstoot, hak hem af;
het is beter voor je kreupel het leven binnen te gaan
dan in het bezit van twee voeten in de hel te worden geworpen.
Geeft je oog je aanstoot, ruk het uit.
Het is beter voor jou met een oog het Rijk Gods binnen te gaan
dan in het bezit van twee ogen in de hel te worden geworpen,
waar hun worm niet sterft en het vuur niet gedoofd wordt.
Iedereen zal met vuur gezouten worden.
Het zout is iets goeds; maar als het zout zoutloos wordt,
waarmee zult ge het dan zijn smaak hergeven?
Heb zout in jezelf en leef in vrede met elkaar.”



Stilstaan bij …

Christus
(Grieks = Gezalfde; Hebreeuws: Messias)
In Israël werden de koningen gezalfden genoemd, omdat hun hoofd bij de troonsbestijging met reukolie (= chrisma) overgoten werd. Dit gebaar betekende: zoals de zalf de koning doordringt, zo zal de Geest van God de koning doordringen.
De joden keken en kijken nog steeds uit naar de komst van de Messias, met wie het Rijk van God werkelijkheid wordt. Christenen geloven dat Jezus die Messias, die Christus is.
‘Christus’ is dus een titel, geen familienaam.

Molensteen
Ronde steen met een opening in het midden die gebruikt werd voor het malen van graan.
Romeinen bonden sommige ter dood veroordeelden zo'n zwaar gewicht om de hals om hen te doen verdrinken. De joden pasten deze straf zelf niet toe, maar kenden er wel het gebruik van.

Verminken
Met deze sterke taal wil Jezus de mensen aansporen om te letten op het belang van hun daden.
Het is dus niet de bedoeling dat mensen echt hun hand afhakken, hun ogen uitrukken, of met een molensteen om de hals de zee in gegooid worden.

Hel
In het oude wereldbeeld was de hel een plaats die gesitueerd werd onder de wereld (onderwereld). Daar bevonden zich de duivels en alles wat kwaad is.

Onblusbaar vuur
Het beeld van de hel als een plaats met onblusbaar vuur, werd geïnspireerd door een vuilnisbelt in het zuidwesten van Jeruzalem in de smalle Hinnom-vallei (Gehenna), waar altijd vuilnis aan het smeulen was. Dat vuur werd brandend gehouden met fosfor.
Tegenwoordig is het dal een park en een deel van een voorstad van Jeruzalem.

Zout
Klik hier voor meer info over zout.





Bij de tekst

Concreet spreken

Het Hebreeuws kent geen abstracte woorden.
Bijvoorbeeld: met ‘hand’ bedoelt men ‘handelswijze’, met ‘oog’ bedoelt men ‘zienswijze’ , als men zegt ‘Mijn voet staat op een weg die niet krom buigt’ (Psalm 26, 12), dan zegt men dat men juist leeft.







Suggesties

Kleine kinderen

DOEN

Tekenen

De kinderen tekenen
. hoe mensen in hun omgeving goed doen voor anderen
. of hoe zij goed kunnen doen voor anderen.





Grote kinderen

BELEVEN

Werken aan het Rijk van God

Met handen, voeten en ogen kan men fout handelen.
De kinderen zoeken en verwoorden voorbeelden bij elk lichaamsdeel.
Daarna krijgen de kinderen een blad papier met daarop: handen, voeten en ogen.
Ze schrijven erop hoe ze met deze lichaamsdelen de wereld gelukkiger kunnen maken.





VERDIEPEN

Gezellig roddelen!?!?

. De kinderen zoeken onder elkaar wie volgens hen handelt als Jezus - of die persoon nu gelovig is of niet.
. Ze zoeken hiervoor in hun vriendenkring, in hun familie, bij wie ze kennen op school, in de jeugdbeweging ...
. Ze verwoorden ook waarom ze vinden dat die persoon in de lijn van Jezus te plaatsen is (inzet voor de medemens, aandacht voor zieken, omgang met iedereen - niemand uitsluiten...)
. Daarna zoeken ze ieder voor zich een aspect uit waarin ze de volgende week willen in uitblinken.





Jongeren

VERDIEPEN

Gedicht / Bezinnende tekst

Jongeren maken een driedelig gedicht waarin ze duidelijk maken dat men met goed gebruik van handen, voeten en ogen pas goed Jezus kan volgen.




Suggestie
Elke zin van elk deel begint met de eerste letter van de ‘invalshoek’:
O...................................
O...................................
G...................................

H...................................
A...................................
N...................................
D...................................

V...................................
O...................................
E...................................
T...................................





VERTELLEN

De twee wolven

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Averbode 2007, p. 105)

Op een avond vertelde een oude Cherokee-Indiaan:
‘In een volk is er steeds een strijd aan de gang,
een strijd tussen twee wolven.

De ene is een kwade wolf.
Hij is slecht.
Hij bestaat uit woede, egoïsme,
leugen en hoogmoed.

De andere wolf is goed.
Hij bestaat uit: vreugde,
vrede, vriendschap,
liefde en meeleven.’

Zijn kleinzoon dacht hierover na.

Toen vroeg hij
aan zijn grootvader:
‘Welke wolf zal het gevecht winnen?’

De oude Cherokee zei:
‘De wolf die je eten geeft.’

Naar een indiaans verhaal